Zowel Luxemburg als Malta worden regelmatig gebruikt in internationale structuren. Maar om fiscaal voordeel te claimen, is meer nodig dan een lege vennootschap. In dit artikel bekijken we hoe beide landen omgaan met substance en vergunningen in 2025.
- Substance in Luxemburg: strikt en controleerbaar
Luxemburg vereist:
- Lokale directie met beslissingsbevoegdheid
- Fysiek kantoor (geen virtueel adres)
- Boekhouding, administratie en bestuursvergaderingen ter plaatse
Zonder deze elementen is het risico groot dat belastingvoordelen worden geweigerd.
- Malta: soepeler maar strenger geworden
Malta stond lange tijd bekend om zijn flexibiliteit. Sinds 2023 zijn de eisen echter verzwaard:
- Minimaal één lokale bestuurder is vereist
- Actieve bedrijfsvoering wordt sterker gecontroleerd
- Rulings worden slechts afgegeven bij voldoende economische aanwezigheid
- Vergunningsplicht voor gereguleerde activiteiten
In beide landen geldt een vergunningenstelsel voor:
- Vermogensbeheer en fondsen
- Financiële dienstverlening
- Trusts en fiduciary services
Het niet naleven van de vergunningseisen leidt tot boetes én reputatierisico’s.
- EU- en OECD-druk maakt naleving noodzakelijk
Door internationale regelgeving (ATAD, BEPS, DAC6) is substance geen keuze meer, maar een vereiste. Voor fiscale voordelen is aantoonbare aanwezigheid onmisbaar.
- Conclusie: alleen echte structuren blijven overeind
Zowel Luxemburg als Malta nemen substance zeer serieus. Wie er een structuur wil oprichten voor fiscale optimalisatie, zal moeten investeren in echte aanwezigheid en professionele begeleiding.


